logoprint

Davidsfonds vzw - Quinten Metsysplein 12 - 3000 Leuven - tel.: 016/310.600 - fax: 016/310.608 - info@davidsfonds.be
 



Share
In de kijker

Vlaanderen Feest
11 juli 2017

Dames en heren,
Beste vrienden van het Davidsfonds,

Ik ben dankbaar dat ik hier vandaag bij u te gast mag zijn. We kennen mekaar misschien nog niet, maar desalniettemin delen we een passie: we zijn samen op zoek naar die momenten, zoals vandaag, die ons samen brengen en ons laten genieten van muziek, voordracht, schoonheid, spijs en drank, maar misschien bovenal: van elkaars gezelschap.

En dat is jammer genoeg geen evidentie meer. In tijden zoals de onze steeds via cultuurbeleving zoeken naar het positieve en naar datgene wat mensen verbindt in plaats van verdeelt: het is een dagelijkse opgave voor de duizenden vrijwilligers en leden van het Davidsfonds en voor ons team van gepassioneerde professionals in Leuven. En dat is wat Vlaanderen nodig heeft, meer dan ooit!

Want laten we toegeven: de economie draait minder goed; de instellingen daveren op hun grondvesten door berichtgeving die aloude clichés over de politiek lijken te voeden; de scandalitis wordt gretig uitgemolken door de pers. Daarbij verdwijnt de onderzoeksjournalistiek naar de achtergrond en gooit men het riool lustiger open dan een gemeentebestuur dat doet tijdens het jaar voor de verkiezingen. Via de sociale media komen, wereldwijd en dus zeker ook in Vlaanderen, reflexen naar boven waarvan we dachten dat die sinds het afschaffen van de schandpaal naar de minder fraaie hoeken van het gemeenschappelijk geheugen waren verbannen.

In dergelijke tijden wordt bewust bezig zijn met cultuur, erfgoed, taal, reizen of vorming vaak aanzien als een frivole bijkomstigheid. Leuk voor wie er van kan genieten, de vrolijke noot in een kommervol bestaan. En voor de modale Vlaming zeker niet belangrijker dan het wekelijkse bezoek aan de sportclub of het gezellige uitje met vrienden.
 
Godfried Bomans zei het al: er kan van cultuur pas sprake zijn als er een minimum aan materiële welstand is. Geen bloem zonder wortels. Uiteraard valt daar iets voor te zeggen. Maar vandaag danken veel mensen hun goed geweten aan hun slecht geheugen. Vlaanderen is eerst en vooral een cultuurgemeenschap. Een plek waar mensen samen zijn om culturele waarden te delen. De Vlaamse ontvoogding is in de eerste plaats op gang gekomen door het geven van grotere zelfstandigheid en armslag aan culturele actoren (zoals het Davidsfonds). De Cultuurraad voor de Nederlandse Cultuurgemeenschap was van 1971 tot 1980 trouwens de voorloper van het Vlaams Parlement. Al te gemakkelijk gaan wijzelf en onze politici aan deze realiteit voorbij, en we vinden daardoor onze Vlaamse cultuur in de globale context niet zo erg bijzonder. We relativeren onder impuls van politiek correct denkend Vlaanderen, onze geschiedenis, onze waarden kapot. We zien geen bijzondere reden om fier te zijn op wie we zijn. En we denken dat voor ons als wereldburgers daarmee het eindpunt van de Vlaamse evolutie is bereikt. 

Oprechte en kwaliteitsvolle aandacht voor cultuur en erfgoed valt er heden ten dage zelden te bekennen in het politieke discours, laat staan dat het aanmoedigen van gezonde trots hierover nog wordt gezien als een normale zaak, als een noodzakelijk onderdeel van burgerzin. De toekomst van gerenommeerde culturele instellingen is vaak niet meer dan een pion op het schaakbord van individuele politieke tweederangs ambities.

Cultuur staat in Vlaanderen dus niet bovenaan de agenda. Dat is een spijtige vaststelling. De waan van de dag regeert het politieke, journalistieke, maatschappelijke discours. Termen als verdieping, reflectie, erfgoed of schoonheid worden in de weekendbijlages van de kranten opgevoerd ter verstrooiing maar halen nooit de voorpagina. En al helemaal niet wanneer ze deel zijn van een verhaal over hoe Vlamingen aansluiting zoeken bij hun geschiedenis zodat ze beter in staat zijn hun toekomst te bemeesteren.

Men situeert de zoektocht naar een verbindende identiteit liefst in de hoek van concrete politieke partijen zodat de Vlaamse intelligentia zich, onder het voorwendsel van maagdelijke neutraliteit, kan onttrekken aan een nochtans broodnodige denkoefening. Daarbij staat de vraag centraal hoe cultuur in Vlaanderen een sterk bindmiddel kan zijn in de gemeenschapsvorming en van daaruit de natievorming.

Men onderschat de macht van pracht, de kracht van de schoonheid. Vlaanderen heeft een lange traditie in wat men vandaag "soft power" noemt. Naast de verduurzaming van onze economie in de 21ste eeuw, denk ik dat de maatschappelijke verduurzaming enkel slaagkansen heeft als we cultuur opnieuw als een verbindende kracht gaan zien. We zijn dan wel een kleine regio, maar die macht van onze pracht, van onze cultuur mogen we niet onderschatten. Vlaanderen was doorheen de eeuwen een culturele supermacht en heeft alles in zich om aan die historische roeping ook vandaag concrete invulling te geven op de wereldscène.

Toen ik gevraagd werd of het voorzitterschap van het Davidsfonds iets voor mij zou zijn, heb ik geen moment geaarzeld. De grootste cultuurvereniging van ons land staat op een kruispunt in zijn 142-jarig bestaan. Op kruispunten gebeuren spannende dingen, dat wisten ze in de Middeleeuwen al. Hoe Vlamingen zich in dit verhaal van complexe globale krachtmetingen staande houden, en welke rol het Davidsfonds daarin kan spelen: daar is het me om te doen. 

Ons koppig, eigenwijs maar baanbrekend vakmanschap, geworteld in traditie, maar dankbaar gebruik makend van wat we leren in of halen uit de wijde wereld maakt ons kinderen van “le plat pays”. Terpbewoners die vechtend tegen het wassende water zich boven de middelmaat willen zetten. Daar torens voor bouwen als belforten en kathedralen. Maar tegelijk met de voeten in de modder blijven, want geen groter volksjolijt dan wanneer het hoofd dat boven het maaiveld steekt, van de romp wordt geslagen. Vlamingen. 

Wie we als Vlaming zijn, hoe we in de wereld staan, hoe we met mekaar leven, hoe we omgaan met waarden, met taal, met cultuuruitingen, met ons erfgoed; dat verhaal moeten we uitdiepen omdat het verbindend kan werken in deze tijd van verarmende hyperindividualisering. Vlaming zijn is méér dan een taal spreken of hier geboren of gestorven zijn. Rubens zag het levenslicht in Duitsland, Van Dijck rust in Westminster. Wie hier leeft, werkt, onderneemt, alleen of in een gezinsverband leeft, voor anderen zorgt of zorg nodig heeft, wie droomt, bemint, nadenkt, het land bewerkt, de truweel hanteert, zich engageert als vrijwilliger en daarbij met open en positieve blik in het leven staat en de hand uitsteekt naar zijn buur: het zijn allen Vlamingen die zich willen verbinden met een positieve zienswijze op identiteit, erfgoed en cultuur. Voor die energie zou het Davidsfonds het ideale platform moeten zijn. Die uitdaging is actueler dan ooit. Ik weet dat velen wachten op dit wervend verhaal en ben dankbaar dat ik daarvoor jullie vertrouwen krijg.

Toen ik aantrad als voorzitter van Davidsfonds vroegen velen me of we opnieuw een stevigere stem in het publieke debat zouden opnemen. Mijn antwoord, en meteen mijn 11 juli-boodschap, is daarop volmondig “ja”. Als Vlaanderen verder wil bouwen aan verbindende identiteit, om te groeien en bloeien in een steeds hechter wordend Europa, dan moeten we meer mensen en middelen investeren in wat ons het meeste bindt: onze cultuur, in zijn ruimste verschijningsvorm. Het Davidsfonds wil zich resoluut de stem maken van wat ik de échte Vlaamse beweging zou noemen. En dat is een beweging die breder omarmt, dieper zoekt en hoger reikt. We hebben jou daarbij nodig.


Peter De Wilde
Voorzitter Davidsfonds vzw



Terug